|
Honkbal (in het Engels baseball) is een team- en balsport die onstaan is uit volksbalspelen die Engelse kolonisten in de 17e en 18e eeuw naar Noord-Amerika brachten. Deze ingevoerde balspelen waren mogelijk afgeleid van cricket. Softbal is later van honkbal afgeleid. Honkbal is één van de meest gespeelde sporten ter wereld,. In Nederland honkballen er ongeveer 25.000 tot 30.000 mensen. In de Verenigde Staten spelen vele miljoenen mensen honkbal. Het spel wordt gespeeld door twee teams bestaande uit negen spelers, eventueel aangevuld met enkele reservespelers. Spelregels Honkbalveld 
Spelersposities verdedigend team 
Een wedstrijd bestaat uit negen innings en elke inning bestaat uit twee speelhelften. In de ene speelhelft wordt door het thuisspelende team in het veld verdedigd en door het bezoekende team "aan slag" aangevallen, in de andere speelhelft zijn de rollen omgedraaid. De halve inning van de aanvallende partij eindigt wanneer sprake is van drie uit, ook wel drie nullen genoemd. Een uit wordt onder andere gegeven wanneer: een geslagen bal rechtstreeks (zonder de grond te raken) wordt gevangen door de verdedigende partij er sprake is van drie slag een van de aanvallende spelers wordt uitgetikt terwijl hij niet op een honk staat een van de aanvallende spelers uitgebrand wordt; de bal is dan eerder 'op' het honk dan de loper. Dit geldt alleen als er sprake is van een gedwongen loop: de loper is gedwongen een honk op te schuiven
Een van de teams verdedigt (staat in het veld) terwijl van het aanvallende team steeds een speler aan slag is. Alleen het team dat aan slag is kan punten scoren. Het veld bevat vier honken. Wanneer een aanvallende speler alle vier de honken op rij is gepasseerd dan wordt er een punt gescoord. Wanneer alle honken in de eigen slagbeurt worden gepasseerd dan heet dat een homerun. Een homerun levert ook één punt op, plus de binnengeslagen punten van de andere honklopers. Vervolg De werper of pitcher gooit de bal over het vierde honk, de thuisplaat. De bal moet over de plaat gaan en moet tussen knie- en ellebooghoogte van de slagman terechtkomen (dit heet de 'slagzone'). De worp wordt beoordeeld door de (hoofd)scheidsrechter, die achter de catcher en de thuisplaat staat. Is de worp niet in dit vak dan telt dat als een wijd, tenminste als de slagman niet probeert de bal te slaan. Is de worp wel in dit vak dan telt dat als een slag, ook als de slagman niet probeert te slaan. Een worp buiten het vak telt als slag als de slagman toch probeert te slaan. Als de slagman na drie keer slag de bal nog niet geraakt heeft is hij uit. Heeft de werper vier keer wijd gegooid, dan mag de slagman vrij naar het eerste honk lopen. De slagman zal dus alleen (proberen te) slaan op goede worpen. Hij moet steeds in een fractie van een seconde de worp beoordelen en beslissen. De werper zal de hoogte, snelheid en het effect van zijn worp variëren om het de slagman te bemoeilijken. Vaak heeft hij met de vanger een gebarencode afgesproken (de vanger steekt een aantal vingers op om aan te geven wat voor worp hij verwacht), zodat de vanger niet verrast wordt. De partij met de meeste punten wint. Wil je een keer mee komen trainen om eens te zien of het spelletje je bevalt? Neem dan contact op met de ledenwerving via
Dit e-mailadres is beveiligd tegen spambots, u heeft JavaScript nodig om het te kunnen bekijken
Laatste aanpassing ( dinsdag 09 februari 2010 12:11 )
|